Logo VCC.NU

Achtergronden:
Chronologie 1747 - 2008

Picture: Chronologie 1747 - 2008 Fort Nieuw-Amsterdam zorgde in 1746 voor een ware omwenteling in het toen roerige gebied aan de Commewijne Rivier. `Beschermd territorium` aldus de Hollandse kolonialen. En dus tijd om riviergronden te ontginnen. Zo ook op 8 september 1747 voor Isaac Godeffroy met een grondwarrande: ".....geleegen aan de rivier van Commewine aan de linkerhand in `t opvaaren, sijn begin neemende aan de benede scheidlijn van `t land thans uitgegeeven aan Gerrit Clinkert ....."

Het begin van boeiende geschiedschrijving.

1747 - Isaac Godeffroy
Na het gereedkomen van fort Nieuw-Amsterdam in 1746 was de commewijnerivier volledig beschermd en werden de gronden aan de monding van de rivier ontgonnen. Op 8 september 1747 verkreeg Isaac Godeffroy uit Berlijn een grondwarrande uitgereikt om ".....erfelijk te moogen besitten 500 akkers land met een face van 30 kettingen aan de rivier geleegen aan de rivier van Commewine aan de linkerhand in `t opvaaren, sijn begin neemende aan de benede scheidlijn van `t land thans uitgegeeven aan Gerrit Clinkert ....."

Godeffroy noemde zijn bezit Marienbos. Hij verwierf in 1759 het eigendom van de naastliggende grond, groot 348 akkers, en annexeerde deze aan Marienbosch, zodat een gunstige plantagevorm ontstond met een riante breedte van 51 kettingen. Godeffroy was voorts eigenaar van de kleine plantage Berlyn aan de boven-Commewijne. Deze plantage heeft hij genoemd naar zijn geboorteplaats : Berlijn in Brandenburg, Duitsland.

In 1752 was Marienbosch nog een bescheiden plantage, met 66 slaven. In 1774 1 was zij uitgegroeid tot een grote en rijke koffieplantage met 170 slaven boven de 12 jaar.

Isaac Godeffroy (1716-1779), telg van de Berlijnse koopmansfamilie Godeffroy, kwam samen met zijn broers Charles en Jacques naar Suriname. Hij arriveerde in 1731 met het schip “vrouwe Elisabeth” onder schipper Jan Slooper. Hij is in Suriname gehuwd 2 met Anna Maria Thomas (?-1768). Mogelijk is Mariënbosch naar haar genoemd. In 1752 bewoonde het echtpaar een groot en luxe huis aan de Gravenstraat 18 te Paramaribo. Het huwelijk bleef kinderloos. Het liep ook niet goed, en werd in 1753 ontbonden. Het bezit werd getaxeerd en verdeeld. Anna-Maria Thomas bleef wonen in het huis aan de Gravenstraat, Isaac kreeg het volledige eigendom van Mariënbosch.

Godeffroy was raadslid van het Hof van Politie en Criminele Justitie 3 ten tijde van het bestuur van gouverneur Mauricius, van 1742 t/m 1750. In 1766 reisde hij naar Europa met het schip “Hollandia” onder kapitein Speer. Hij werd vergezeld door zijn bediende, de “neger Frederik”. Waarschijnlijk was het een definitief afscheid van Suriname 4 ; Isaac bracht de rest van zijn leven rentenierend in Europa door. Hij overleed in 1779 te Parijs, en zijn overlijden werd in de kerk van Paramaribo bekend gemaakt:

" .. 1779-juni 24 Debet Abraham Lemmers - Aan kerkegeregtigheid voor het bekentmaken van `t overleijden van wijlen den heer Jsaac Godefferij te Parijs op den 22 maart 1779 f7,10.."

Zijn grote fortuin werd geërfd door de kinderen van zijn broers in Duitsland.


1757 – hypotheek
In 1757 was de plantage verhypothekeerd 5 bij het negociatiefonds van Willem Gideon Deutz te Amsterdam, dat later werd bestuurd door Jan en Theodoor Van Marselis. Omtrent het verloop en de aflossing van deze lening is nog niets achterhaald.


1793 – F. van der Scheer (almanak 1793)
Blijkens de Surinaamse almanak van 1793 was de plantage het eigendom van F. van der Scheer cs. De administrateur was J. F. Andree. Van der Scheer (of Schoor) bezat geen andere plantages. De directeur op de plantage was een zekere Druide.

Het is niet precies bekend wanneer de Dordrechtse koopman Frank van der Schoor (1731- 1804) 6 het eigendom van plantage Marienbosch heeft verworven. Waarschijnlijk is de plantage na de dood van Isaac Godefroy verkocht door diens erfgenamen. Dat moet rond 1780 zijn geweest.

De koopman en reder Frank Van der Schoor vestigde te Dordrecht de handelsfirma “F. van der Schoor & zn.”. Hij bekleedde ook bestuurlijke functies, en was Raad en Schepen van de stad Dordrecht. Voor zover bekend is hij nooit in Suriname geweest, en had ook geen speciale handelsbetrekking met die kolonie. Desondanks had hij – samen met zijn handelspartner Gerrit van Hoogstraten - de zakelijke durf om te investeren in Mariënbosch. Hij heeft de aankoop (deels) via een negociatie bekostigd.

Frank van der Schoor trouwde op 28 december 1755 te Dordrecht met Petronella Backus uit Rotterdam. Hij woonde toen in de Prinsenstraat te Dordrecht, waar hij zijn gehele verde leven is blijven wonen en op 23 juli 1804 ook overleden is. Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren:

Leendert, gedoopt 25 maart 1760 Matthijs gedoopt 23 april 1764 Johanna gedoopt 7 oktober 1766 geh. Petrus Johannes Wendorp Pieter gedoopt 27 september 1768.

Aangezien Leendert en Mathijs in 1788 van hun tante erfden zullen de twee andere kinderen jong zijn overleden.

Frank van der Schoor was koopman, en heeft als reder diverse schepen in zijn bezit gehad die onder meer door de V.O.C. werden gehuurd, maar ook voor eigen rekening voeren. In 1788 was hij (mede-)eigenaar van tenminste 4 Oostindievaarders : “Carel en Magdalena”, “Dordrecht”, “Eensgezintheit”, en “den Jongen Frank”. Een vijfde schip was de “Marienbos” “Welk schip thans geschikt is om een reis te doen naar West-Indiën”. Dit schip werd ingezet op Suriname. Mede-reders van de “Marienbos” waren Gerrit van Hoogstraten en Jacob Staats van Hoogstraten. Uit de database scheepsreizen (zie bij bronnen) blijkt, dat dit schip ten minste drie reizen naar Suriname heeft gemaakt, in 1786, 1788, en 1791. De naam van de kapitein is niet bekend. Ternslotte wordt er in 1788 nog een zesde schip genoemd, de slaafhaalder “vrouwe Elisabeth”, die eind 1788 uitvoer naar de kust van Guinea.


1796 – F. van der Schoor en zn. (almanak 1796)
In 1796 was de plantage 1025 akkers groot. A.Lemmers, J.F. Grunmuller en P.F. Roos voerden de administratie. De directeur op de plantage was C. Schwensen. In 1811 waren er 186 slaven en waren de administrateurs Laqbadie Rouleau e.a. 7. In 1813 waren er 185 slaven 8 . De productie bedroeg in 1810-1812 gemiddeld per jaar : 30.000 pond koffie, 30.000 pond cacao en 1.000 pond katoen. In 1814: 26.215 pond koffie, 32.170 pond cacao, en 2.260 pond katoen


1821 - G. van Hoogstraten en zn, F. van de Schoor en zn (almanak 1821)
De plantage was 1025 akkers groot, en produceerde koffie en cacao. C. Wagner was de plantage-directeur, en de administratie werd gevoerd door J. H. Menke, F. Taunay, en E. G. Veldwijk. De productiegegevens van 1821 zijn niet bekend, wel die van enige jaren later: In 1827 10 werd 67.630 pond koffie geproduceerd, en in 1830 11 82.685 pond koffie en 12.690 pond cacao.

De firma Gerrit van Hoogstraten en zoon uit Dordrecht was waarschijnlijk vanaf 1780 al mede-eigenaar van Mariënbosch, samen met Frank van de Schoor. De twee firma’s werkten wel meer samen. Gerrit van Hoogstraten senior was, net als v.d. Schoor, een reder en een koopman. Onder leiding van zijn zoon Gerrit junior groeide het bedrijf in de 19e eeuw uit tot een rederij van enig formaat 12, met omstreeks 1840, 5 schepen. Aan het bedrijf was ook een touwslagerij verbonden. De firma werd in 1920 opgeheven.


1837 - G. van Hoogstraten en zn, F. van de Schoor en zn (almanak 1837)
De plantage was 1260 akkers groot, en produceerde koffie & cacao. De slavenbevolking omvatte 142 mensen.


1843 - G. Van Hoogstraten en Zn & F. v.d. Schoor en Zn (almanak 1843)
In 1843 was Marienbosch een koffie- en cacaoplantage met 122 slaven. H.A. Schultz was de plantagedirecteur. J. Zaal en M.J. Klaver voerden de administratie.


1853 - G. van Hoogstraaten en Zoon en Erven F. van der Schoor (v. Sijpesteyn 1854)
In 1853 staat Mariënbosch te boek als een koffieplantage “waar nu ook suiker is geplant”. Die suiker was waarschijnlijk een experiment. Mariënbosch had zelf geen verwerkingsinstallatie, maar kon leveren aan de Centraalfabriek te Buitenrust. In later jaren wordt er over de suiker niet meer gesproken. Op Marienbosch verbleven 2 vrijen, 52 manlijke en 49 vrouwlijke slaven. De Eigenaren waren G. van Hoogstraaten en Zoon en Erven F. van der Schoor. Als administrateurs traden op J.F. en H.G. Roux. De directeur op de plantage was J. Lesvie de Rochemont.


1863 – Emancipatie ; G. Van Hoogstraaten. (emancipatieregisters 1863)
Op Mariënbosch verkregen 91 slaven te vrijheid. De “tegemoetkoming” bedroeg F 27.300,-. De eigenaren van de plantage waren het Huis van Negocie van Gerrit Hoogstraten en zoon te Dordrecht, en de familie Van der Schoor te Dordrecht. De eigenaren in detail : A Huis van Negotie Firma Gerrit van Hoogstraten en Zoon te Dordrecht ; deze firma is eigendom van: Fredrik Cornelis Deking Dura (commissaris van de Nederlandsche Handel Maatschappij en koopman, Dordrecht) voor 1/3 aandeel B De rechten op het overig 2/3 deel waren in 1863 “onbepaald”. Om het eigendom te achterhalen onderzocht men de situatie in 1811 ; toen waren de eigenaren: Petronella Backers, wed. Frank van der Schoor Leendert van der Schoor Johanna van der Schoor, echtg. Petrus Johannes Wendorp De rechten werden na onderzoek toegekend aan: Johanna van der Schoor (meerderjarig, ongehuwd en zonder beroep, Dordrecht) voor 2/3 aandeel

De 91 slaven kregen 20 familienamen, waaronder de bekende namen Caffe en Snip.


1880 - 1928 – contractarbeid ; Cultuur Maatschappij Mariënbosch.
Na de emancipatie werd met contractarbeiders het plantagebedrijf voortgezet. In totaal arriveerden 269 brits-indische, en 242 javaanse arbeiders op de plantage. Op hun arbeidskaarten staat de naam van hun werkgever: 1880 - 1902 H. N. Piepers 1907 - Alexander Fernandes 1908 - 1913 G. van Dien, beheerder 1918 - 1920 G. van Dien jr., beheerder der cultuurmij. Mariënbosch 1925 - 1928 Alexander Fernandes, beheerder.


1889 – G. Van Hoogstraaten en zn. (almanak 1889)
Van de 527 hectaren waren er 92 in cultuur. S. Van Lierop en A.A. ter Laag waren de beheerders in Suriname. C. Bender was de gezagvoerder. De plantage produceerde cacao (26.922 kg), en bananen (24.294 kg.).


1900 – 1919 – koffie en cacao.
In de jaren 1900-1919 produceerde de plantage koffie en cacao. De productiegegevens zijn via couranten en andere bronnen enigszins bekend 13 :

Productie: Jaar kg cacao kg koffie 1900 30.856  ? 1901 23.513  ? (De West, 1 febr.1902) 1913 8.200  ? 1914 10.900  ? 1915 14.500  ? 1916 22.000  ? 1917 23.300  ? (Rapport Suriname Studie Syndicaat 1919, p.54) 1918 25.600 40.600 1919 15.400 29.700 (De Indische Mercuur, 1920, p.505)


1933 – citrus (Het Vaderland – 27 september 1933 (KB))
“... De eerste verscheping Surinaamsche sinaasappelen is weder in ons land. (dwz: Nederland) Er kwamen 833 kisten aan, waarvan plantage Mariënbosch de grootste hoeveelheid leverde, n.l. 80.000 stuks. De beste soort kwam van plantage “Guineesche vriendschap”. Bij de inpakking vonden een 100-tal menschen arbeid, zoodat hiermede nuttige werkverschaffing is bereikt. Men rekent nog een 2000 kisten te kunnen verzenden. Het gouvernement houdt de verscheping aan den gang, totdat de zaak rijp is op commercielen grondslag door particulieren te worden overgenomen. De vruchten zijn bijzonder goed, saprijk, en zoet...”

Het plantagehuis in 1928. Foto Augusta Curiel, in het archief van het Koninklijk Instituut voor de Tropen.


1920 - 1969 - nader uit te zoeken.


1966 - 2008 - familie Abdoelrahman
Cores Abdoelrahman en zijn vrouw en kinderen en later ook diens broers zijn in deze periode eigenaar van de plantage. Het bezit is inmiddels in een stichting ondergebracht, in de hoop dat het gemakkelijker zal zijn om fondsen te werven voor de restauratie van de plantage. De gebouwen waren in 2002 behoorlijk verwaarloosd, maar de eigenaar houdt in ieder geval de dammen en afwateringen in goede conditie.

In 2004 werd door de zoon van Cores, Saoed Abdoelrahman, op bescheiden schaal en volledig voor eigen rekening en risico (!) begonnen met de reparatie van het grote plantagehuis, de zogenoemde Direkteurswoning anno 1774.

In 2005 was dit voltooid. Het was geen echte restauratie, doch het monumentale gebouw kon weer een aantal jaren vooruit. In navolging van buurman Frederiksdorp overwoog men een toekomst in het toerisme. Het huis is op aanvraag te bezichtigen, er werden viskaarten verstrekt voor de achterliggende plantage-arealen en SKY televisie wijdde er een pakkende reportage aan.

In 2007 kreeg Saoed Abdoelrahman na een bijna fatale hartinfarct het klemmend doktersadvies al zijn werkzaamheden te staken, zo ook op zijn lust-, rust- doch wekelijks tevens werkoord Mariënbosch. Dit noodgedwongen stoppen met werken verdriette Saoed zeer want zijn idealen om er een multifunctionele toeristische trekpleister van te maken leken in de knop geknakt, totdat...


Vanaf 2008
... totdat de Nederlander Cornelis Johannes Maria Denneman Heilscher (Cor) zich in april 2008 als nieuws- en weetgierige gast aandiende. Zoals Saoed steevast deed bij spontaan komende bezoekers werd er vers `kokoswater` aangeboden. En gebaar van vriendschap dat daarna nog ontelbare malen werd en wordt herhaald...

Cor toog -mede op voorspraak van diens compagnon binnen 100 % Zomer bv, Marije van Zomeren (sinds 2004 actief in `Switi Sranan`)- voor het eerst van zijn leven naar Suriname. "Toeval is iets dat u toevalt in de toekomst die u toekomt." Zo ook voor Marije en Cor als zakelijke reiscompaenen in zowel Costa Rica als nu dus in Suriname.

Mede dankzij diens achtergrond als vrijmetselaar kwam Cor in aanraking met het bijzondere gebied aan de rechteroever van de Commerwijne Rivier in het algemeen en met voormalige plantage Mariënbosch in het bijzonder. Er waren immers maçonnieke symbolen in het stenen voorterrein pal voor de Directeurswonming anno 1774 teruggevonden en dat trok Cor`s persoonlijke belangstelling.

Samen met `scout` Alan Thijsseling (Dok 204), compaen van de bekende restauratie-architekt ir. Philip Dikland en tevens vergezeld van mede-vrijmetselaar drs. Henk Essed togen Cor en Marije vanuit voormalige Plantage Frederiksdorp naar voormalige Plantage Mariënbosch en zij liepen zo langs de voormalige Plantage Guadeloupe.

Overigens: bij het passeren van dat laatstgenoemde geheel verwaarloosde gebied `voelde` Cor sterke kosmische energetische kracht. Een zelfde gevoel als dat hij ooit ook kreeg op Landgoed Heidehof in Eext (Drenthe) toen hij door hem ook fysiek voelbare zogenoemde `leibanen` passeerde.

De duurzame landgoederenplannen van Cor, in 1988 oprichter van de besloten vennootschap achter landgoederencompagnie Forest Returns en de duurzaam toerismeplannen van Marije, in 2008 met Cor oprichter van 100  % Zomer bv in de verhouding Marije/75 % : Cor/25 %, strookten deels met de basisplannen van Saoed Abdoelrahman anno 2008.

Helaas was Saoed zoals eerder verwoord door diens ernstige hartinfarct niet meer in staat zijn ambitieuze plannen met Mariënbosch uit te voeren. De drie gelijkgestemde geesten leidden uiteindelijk tot de aankoop van 365 hectaren achterterrein door Forest Returns als initiërende landgoederenonderneming.

Met hulp van Saoed werd ook het contact gelegd met de Koreaanse familie Chung die bereid was om tevoren het 147 hectaren grote voorterrein, gelegen aan de Commewijne Rivier aan Forest Returns te verkopen.  Daar had Cor zowaar -gezien diens spirituele gedachtegoed- de `I Ching` bij nodig om de familie Chung te kunnen overtuigen. Een I Ching-hexagram figureert `niet voor niets` in de Zuid-Koreaanse vlag.

Hetzelfde lukte later -op andere spirituele gronden- met de familie Persad inzake het eveneens aanpalende 311 grote areaal van voormalige plantage Guadeloupe, gelegen tussen de voormalige plantages Frederiksdorp en Mariënbosch. De op 52 jaar veel te vroeg overleden heer Persad had immers grote plannen voor visvangst en visteelt alsmede voor een spiritueel centrum, op Hindoestaanse leest geschoeid. Beide beoogde Persad-projecten sloten naadloos aan op de visie en missie van Cor gezien diens ervaringen met zowel aqua cultuur (met name in Costa Rica) als met het scheppen van een spiritueel in casu meditatie-centrum. En dat laatste hoorde ook tot het interessegebied van Marije, met name toegespitst op `spa & wellness`.

Ook in holistische zin was dus de cirkel weer rond...

Daarmee kon het totale door Forest Returns verworven gebied qua allodiaal kadastraal en onbezwaard eigendom een omvang oppervlak gaan beslaan van 147 + 365 + 311 = 823 hectaren. Een groter grondgebied dan ooit eerder in de geschiedenis van voormalige plantage Mariënbosch.

Uitgerekend op voorspraak van nazaat Marcel Persad (de voormalige plantage Guadeloupe) is in dier voege gekozen voor de treffende naam Landgoed Groot Mariënbosch.

Want vroeger werden gronden opgesplitst, verkaveld en versnipperd. Anno 2008 zijn dus aan de zo rustgevende rechteroever van de Commewijne Rivier dus drie arealen van 147 + 365 (voormalige koffie- en cacao-plantage Mariënbosch) + 311 hectaren (voormalige koffie-plantage Guadeloupe) = 823 hectaren in allodiaal kadastraal eigendom verworven en solide samengevoegd tot Landgoed Groot Mariënbosch, gelegen tussen plantages Frederiksdorp en Goede Vriendschap, 43 minuten van Paramaribo. Met unieke doorgangen naar de mooie stranden van de Atlantische Oceaan...

Duurzame activiteiten alhier

  • toerisme-activiteiten, waaronder ook `spa & wellness`
  • visvangst en visteelt
  • bosbouw; inheemse en exotische boom- & bamboesoorten
  • educatie; Meetings, Incentives, Conferencing, Events (MICE)
  • veeteelt
  • fruitteelt, land- en tuinbouw, waaronder ook medicinale planten
  • (alternatieve) energie

Stappenplan na aandelen-emissies, voorzien vanaf 2009
  • zeven woningen voor ‘care taker’, boots- & tuinmensen
  • transformatie koloniale directeurswoning anno 1774
  • aanlegsteiger rechteroever Commewijne Rivier
  • holistisch restaurant rechteroever Commewijne Rivier
  • aanlegsteiger linkeroever Commewijne Rivier
  • combinatie-gebouw linkeroever Commewijne Rivier
  • holistisch ensemble met 25 ‘river lodges’
  • restauratie en instandhouding monumentale schoorsteen
  • reconstructie cacao-loods t.b.v. MICE & museale functie
  • reconstructie koffie-loods t.b.v. ‘lodging’; 40 kamers
  • slopen loodsen & vervolmaking monumentaal ensemble
  • holistisch ‘spa & wellness centre & 16 wellness lodges’
  • bosbouw (hardhoutbomen & reuzenbamboe)
  • land/tuinbouw & fruitteelt & bloementuinen,
  • visvangst en (extensieve) visteelt (aqua-cultuur)
  • extensieve veeteelt; paarden, koeien, karbouwen
  • (alternatieve) energiebronnen

De oprichters zochten en vonden vanaf april 2008 ‘early birds’ in Suriname en in Nederland.

Maatschappelijk kapitaal € 10.000.000
Geplaatst aandelen-kapitaal: € 2.570.000.

Gekozen is -inherent aan de visie van initiërende landgoederenonderneming Forest Returns bv- voor verdere versterking van het eigen vermogen in plaats van het aantrekken van vreemd vermogen.

Besloten aandelenemissie vanaf begin 2009 ad € 340.000;
Ultimo september 2009 vrijwel geheel geplaatst bij bestaande aandeelhouders.

Besloten aandelenemissie eind 2009 ad € 1.600.000;
ten behoeve van nieuw intredende aandeelhouders (`informal investors`),
in tranches vanaf € 160.000.

Publieke aandelenemissie anno 2010 ad € 7.000.000;
samen met De Surinaamsche Bank N.V. & Hakrin Bank N.V.
in tranches vanaf € 7.000.



routebeschrijving